Recensie Verhalenbundel 2016


VERBORGEN KRACHT, ZICHTBARE VERHALEN


Onder de titel Verborgen kracht, zichtbare verhalen – nabestaanden over suïcide heeft de Ivonne van de Ven Stichting een prachtig boekje gepubliceerd. Deze stichting – vernoemd naar Ivonne van de Ven die in 1997 op 32-jarige leeftijd haar leven beëindigde – stelt zich ten doel om pijnlijke gevoelens rondom suïcide bespreekbaar te maken en zet zich in voor effectieve suïcidepreventie. Eén van hun activiteiten is een zogeheten Monitor. Hierin kunnen naasten en nabestaanden hun verhaal kwijt. Doel is herkenning van ervaringen en gevoelens en met deze ervaringen bijdragen aan preventie. Uit de Monitor nabestaanden zijn in deze bundel 18 verhalen samengebracht. De verhalen zijn opgebouwd volgens eenzelfde indeling, wat lezen en terugzoeken vergemakkelijkt. De lengte is beperkt gehouden, van anderhalf tot vijf pagina’s, met uitzondering van twee iets langere verhalen. Bijzonder is dat de verhalen voorafgegaan worden door een inventarisatie van de inhoud. Dat gebeurt op thema, bijvoorbeeld in hoeverre naasten zelf steun hebben kunnen bieden in de wanhoop van hun dierbare, of er hulp was uit de directe omgeving, hoe de samenwerking was met professionals, hoe de begeleiding van nabestaanden was. De inventarisatie bevat een aparte paragraaf over de hulpverlening. Die komt er in de verhalen niet goed af. Dat is helaas herkenbaar en dan dreigt het gevaar dat verhalen een zwartboek richting hulpverlening worden. Deze uitgave ontkomt hieraan door na weergave van de somber stemmende professionele hulp de inventarisatie af te sluiten met een reeks verbetertips. Op deze manier krijgt de teleurstelling over de hulpverlening niet het laatste woord, maar wordt duidelijk dat die beter moet én beter kan. Met deze tekst in het hoofd komt de lezer in de verhalen. Omdat bevindingen op hoofdlijnen al bekend zijn, komen de details beter tot hun recht. Nogmaals, een doordachte opzet waarmee al bij eenmaal lezen veel binnenkomt.

Letterlijk elk verhaal nodigt uit tot ver inzoomen. Op elke bladzijde komen ervaringen, onderwerpen, vragen langs die om verder doordenken en doorpraten vragen. Dat kan in deze bespreking niet, ik kan alleen enkele thema’s aanstippen. De psycholoog van Mariël gaf aan dat haar man haar met suïcidedreiging manipuleerde, Yvet kreeg van een psycholoog het advies haar zoon in nood los te laten, Johanna verloor haar 21-jarige dochter bij wie dromen nachtmerries werden, die zich schaamde voor haar depressieve gevoelens en in de hulpverlening geen gehoor kreeg voor haar suïcidale gedachten (deze bijdrage eindigt met een reeks tips voor hulpverleners!), de ouders van Renske moesten tekenen dat zij verantwoordelijk waren als er iets met hun dochter zou gebeuren, – dit alles gebeurt nog anno 2016, denk ik dan. Maar er is veel meer in de verhalen. De moeder van Willemien heeft familieberaad pijnlijk gemist, waardoor de persoonlijke omgeving ook in machteloosheid bleef steken; David verloor zijn vrouw bij haar twaalfde suïcidepoging, waarin vooral aandacht was voor de diagnose en pleit voor spoedeisende hulp bij suïcide in een passende omgeving; bij de broer van Wilma speelde enorme stress en teleurstelling een grote rol en dat paste ook niet in een diagnose waardoor hulp uitbleef; Hanneke vertelt het verhaal van een goede vriendin die pijlsnel diep ongelukkig werd en de dood inviel, Niels heeft dezelfde ervaring met zijn broer; de man van Merel vond het een teken van zwakte om hulp in te schakelen, maar kon het gevecht met zijn ‘karakter’ niet winnen; Yvet vertelt over haar oudste zoon die overleed toen hij 20 was en na een ‘onverklaarbaar coma’ depressief werd (wat het thema ‘onverklaarbaar’ aan de orde stelt, waar vaak een diepe levenstragiek aan ten grondslag ligt); de zus van Wies leed aan Borderline persoonlijkheidsstoornis, dacht eerst dat haar zus vooral aandacht trok om iets gedaan te krijgen maar komt uit er bij uit dat haar zus gedwongen opgenomen had moeten worden; Margje vertelt over haar man die na enkele tia’s en een beroerte vluchtte in drank, die zijn zielepijn niet afdoende verzachtte; de man van Christina ten slotte leed aan een complex van depressie, manie, angst en psychose en sprak over de dood maar vroeg dat tegen niemand te zeggen, wat de omgeving in een lastig parket brengt. En zo is er meer in de verhalen. In elke aanduiding hierboven schuilen thema’s die het bespreken met direct betrokkenen waard zijn. Al lezend kwam ik op de gedachte dat deze verhalen en de thema’s daarin heel goed een leidraad kunnen zijn in een aantal bijeenkomsten met naasten/nabestaanden. Dat zou erg helpend zijn.


Hans van Dam - consulent NAH, docent en schrijver